Huis Elswout 17e eeuw
Fragment schilderij Gerrit Berckheyde ca 1680. Het huis Elswout vanaf de duinen gezien.

Het landgoed Elswout en de zandafgravingen

Als kind, kijkend naar het westen vanuit mijn slaapkamer in de Bloemveldlaan, was ik altijd gefascineerd door de tussen de bossen opdoemende heuvels op het landgoed Elswout. Wat waren dat voor heuvels in ons bijna overal zo platte Nederland? Pas later besefte ik dat dit het begin van de de duinen was; als je bleef lopen kwam je toch vanzelf bij de zee? Uit onderzoek bleek dat mijn voorouders altijd woonachtig zijn geweest aan de binnenrand van de duinen, op de lijn Noordwijkerhout-De Zilk-Vogelenzang-Bloemendaal, en daar een bestaan probeerden op te bouwen. Met akkerbouw en veeteelt lukte dat zoals beschreven marginaal, maar de eerste eigenaren van het landgoed Elswout hadden een lucratievere manier gevonden om met dat duinzand om te gaan...

Rond 1633–1635 richtte de Amsterdamse handelaar Carel (Carl) du Moulin, actief in de Russische handel, een buitenplaats op in de duinen bij Overveen. Hij liet duingrond afgraven om zand te verkopen aan steden als Haarlem en Amsterdam voor de stadsuitbreidingen. Hij gebruikte de opbrengsten om zijn buitenplaats aan te leggen. Na du Moulin’s faillissement (ca. 1654) kwam het landgoed in handen van Gabriel Marcelis, die het de naam "Elswout" gaf. (vertaald: “els-woud”). Hij zette de verkoop van zand voort en legde een formele Franse tuinaanleg aan. Ook zijn rechte lanen, restanten van de klassieke aanleg, zijn nu nog herkenbaar. Het poortgebouw en twee koetshuizen uit deze periode zijn bewaard gebleven.

Het poortgebouw
Het poortgebouw van Elswout in 1746

Om het zand van de afgegraven duinpannen naar Haarlem te vervoeren liet hij een vaart graven: de Marcelisvaart. Via de Houtvaart en de Brouwersvaart bereikten de zandschuiten Haarlem. Van belang was de sluis die hij liet bouwen waar de Marcelisvaart het landgoed binnenkomt. Dankzij deze sluis beschikte Elswout vanaf die tijd over een eigen, gesloten waterhuishouding. Dit was uiteraard bijzonder handig voor de zandwinning. Het zand werd afgevoerd met schuiten en dan is een constante waterhoogte wel zo efficiënt. De Marcelis’ zandvaart (de Marcelisvaart) functioneerde als de navelstreng; bouwmaterialen werden aangevoerd en het zand werd via deze route afgevoerd naar Haarlem waar het gebruikt werd voor de stadsuitbreiding en het dempen van grachten. Tussen 1781–1794 herschikte Jacob Boreel het landgoed met kronkelende paden, beken, bruggetjes en grote hoogteverschillen en creëerde een “klein Zwitserland”-achtig decor in de romantische Engelse tuinstijl.

In 1805 neemt de rijke financiersfamilie Borski het landgoed over. Bouwplannen voor een nieuw huis en bijgebouwen worden gestart. In 1882 begint de bouw van het huidige “Grote Huis” in opdracht van Willem Borski III. Na zijn overlijden in 1884 wordt de bouw abrupt stilgelegd; alleen de gevels, terrassen en het boothuis stonden restantsgewijs overeind. In de 20ste eeuw is het “nieuwe” huis wel nog stapsgewijze verbeterd, voorzien van een dak en gebruikt als school en gemeentewerf en later overgenomen door Staatbosbeheer in 1970. In 2003 startte vastgoedondernemer Luigi Prins een grondige renovatie van het gebouw, die in 2023 succesvol werd voltooid.
Grote Huis
Het gerestaureerde Grote Huis
Gezien deze landschappelijke herinrichting en het feit dat Elswout al in de late 19e eeuw werd omgevormd tot een parkachtig landgoed, is het aannemelijk dat de zandafgravingen in Elswout zijn gestopt rond 1880. De landgoedeigenaren waren nu vooral bezig met de bouw, verfraaiing en uitbreiding van hun bezittingen. De zandafgravingen gingen rond 1850 van start in de Zanderij van Middenduin aan de noordzijde van de in 1880 aangelegde Duinlustweg. De Zanderij is nu een open veld wat veel lager ligt dan de rest van het gebied, omdat hier in vanaf ongeveer 1850 tot 1948 zand afgegraven is. Het zand werd afgevoerd via de Zanderijvaart en de Brouwersvaart richting Haarlem. De route via de Marcelisvaart werd toen niet meer gebruikt. Rond 1948 stopte de zandwinning en werd de Zanderij gebruikt voor bollenteelt, waarvoor het veld bemest werd.
Zandschuiten Brouwersvaart
Zandschuiten uit Middenduin op de Brouwersvaart (1934). Op de achtergrond de RK kerk O.L.V. Onbevlekt Ontvangen. Links het Houtmanpad met de toenmalige wankele houten brug..

De Borski's in Overveen

Toen mijn voorouders nog in de duinboerderij woonden hoorde Middenduin bij het landgoed Elswout. De familie Borski had de grond en opstallen gekocht in 1810, dus enkele jaren na het mislukken van de landbouwassociatie (zie hieronder). De Duinlustweg bestond toen nog niet, het was een aaneengesloten gebied. Wie waren deze Borski’s en welke stempel hebben zij gedrukt op Overveen en omgeving?

Willem Borski I (1765–1814) was een rijke én invloedrijke financier/bankier uit Amsterdam. Hij trouwde met Johanna Jacoba van de Velde, later beter bekend als “de weduwe Borski”.Toen de Borski’s de buitenplaats Elwout aankochten, verkeerde het in deplorabele staat. Het zeventiende-eeuwse hoofdgebouw van Jacob van Campen uit 1633 was onbewoonbaar en daarom sliep de familie de eerste zomers in het poortgebouw. Het huis werd verbouwd en uitgebreid. Er kwamen bruggen en afrasteringen werden hersteld. Prieeltjes, een fazanterie, een ijskelder, moestuin en kassen voor ananassen, druiven en abrikozen verfraaiden het landgoed. Binnen enkele jaren hadden de Borski’s er een ontmoetingsplek voor de hoogste kringen van gemaakt.

Huis Elswout van Borski II
Het huis Elswout ten tijde van Willem Borski II
Na de dood van haar man in 1814 nam de toen 50-jarige Johanna de leiding van het kantoor over, onder de firmanaam Wed. W. Borski. Na de boedelscheiding werd zij de eigenaresse van duin en landgoederen in de duinen van Bloemendaal en Overveen: Elswout, Duinvliet, het Middenduin, het Zwarte Veld en andere duinen. Het huidige “Kraantje Lek” behoorde tot haar eigendom. Dit familiebezit is er een bewijs van, dat de elite van Amsterdam niet langer het oog gericht heeft gehouden op landhuizen en villa’s langs de rivieren de Amstel en de Vecht – zoals in de 17e en 18e eeuw – maar nu ook het “droge zand” heeft ontdekt en kapitale woningen liet bouwen in de duinen van Aerdenhout tot Velzen. Johanna Borski-Van de Velde overleed op 12 april 1846, ruim 81 jaar oud. Zij wordt vooral herinnerd als de vrouw die de Nederlandsche Bank van de ondergang redde. Deze bank was opgericht door koning Willem I en had grote moeite om voldoende investeerders aan te trekken.Maar op 7 maart 1816, vlak voordat de Nederlandsche Bank aan kapitaalsgebrek ten onder dreigde te gaan, kondigde Johanna Borski opeens aan alle resterende aandelen te zullen kopen. Als voorwaarde voor haar investering van 2 miljoen gulden stelde ze dat er gedurende een periode van drie jaar geen nieuwe aandelen mochten worden uitgegeven. Dit bleek een meesterzet. Andere financiële instellingen kwamen tot het inzicht dat het geen zin had De Nederlandsche Bank nog langer dwars te zitten, wat een grote vraag naar de aandelen teweegbracht. De koers steeg en Johanna Borski streek een grote winst op.

Haar zoon, Willem Borski II (1799–1881), had het landgoed Elswout als hoofdverblijfplaats. Hoewel hij in 1861 ook eigenaar werd van Belvedère, het landhuis in Overveen ten zuiden van de latere spoorweg (1881), was Elswout het centrale familiebezit en de plek waar hij het grootste deel van zijn leven woonde. Willem Borski II was zeker zo’n goed financier als zijn vader Willem en moeder Johanna. Hij verschafte onder meer grote kredieten voor de aanleg van spoorwegen, in Nederland én Amerika. Zo speelde hij een cruciale en strategische rol bij de aanleg van de spoorlijn Haarlem– Zandvoort. Zijn invloed als grootgrondbezitter en lid van de Provinciale Staten van Noord- Holland gaf hem de macht om het traject van de spoorlijn te beïnvloeden ten gunste van zijn landgoed Elswout dat tot aan de huidige Zeeweg strekte. Toen er plannen werden gemaakt voor de spoorlijn tussen Haarlem en Zandvoort, dreigde het tracé dwars door zijn landgoed te lopen. Dankzij zijn politieke invloed wist hij de spoorwegmaatschappij ervan te overtuigen om het traject langs het landgoed te laten lopen, in plaats van er dwars doorheen. Hij bedong bovendien dat er een station Overveen zou komen, vlak bij Belvedère, wat hem een eigen toegangspoort tot het spoor opleverde. Dit was ook een meesterzet: hij beschermde zijn bezit, verhoogde de waarde van het landgoed, en kreeg een kosteloze begrenzing van zijn terrein...Hij stierf op 1 januari 1881 op Elswout en heeft de plechtige opening van station Overveen twee maanden later niet meer mee mogen maken.

Het trapje van Borski
Het oorspronkelijk geplande spoortraject (rode lijn) dreigde dwars door het landgoed te lopen. Rechts het "trapje van Borski"
Er zijn ook wat minder vleiende teksten over Willem Borski II te vinden. Veel mensen waren bang voor hem; de spreekkamer op Elswout werd de ‘knijpkamer’ genoemd.. Borski was de ongekroonde koning van Overveen en voor een raadsvergadering kwam de burgemeester eerst op Elswout om te vragen of Meneer nog wensen had. Borski doneerde veel aan de armenzorg, net als zijn familieleden. Hij leefde relatief sober en was goed voor zijn personeel. Dat laatste werd nogmaals duidelijk toen zijn testament werd voorgelezen. Allen die op de dag van de opstelling van het testament in dienst waren, vele tientallen, zouden een levenslang pensioen ontvangen, tot en met de staljongen van 15 jaar.

De Borski’s moeten trots zijn geweest op het aangekochte grondbezit. Vanuit hun westelijke uitkijkpunt op het landgoed Belvedère (nu het kopje van Overveen) konden zij een panoramische blik werpen op hun eigendommen; de omliggende bossen en duinen met de zee op de achtergrond. Op het volgende kaartje is te zien hoe groot dit gebied geweest is, zeker als je het vergelijkt met de bebouwde kom van Haarlem eind 19de eeuw. Kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen van de Borski’s erfden de landhuizen en landgoederen en breidden ze verder uit, en zo ontstond door de jaren heen een lange strook van Borski/Van Vliet/Luden bezit, die liep van Bloemendaal via Overveen tot en met Aerdenhout. Te noemen zijn: Hartenlust, Lindenheuvel, Overbeek, Bloemenheuvel, De Beek, Belvedère, Vaart en Duin, Duinlust, Middenduin, Elswout, Duinvliet, Koningshof en Oosterduin.

Het Borski gebied
Het grondgebied van de families Borski/Van Vliet/Luden eind 19de eeuw; alles ten westen van de rode lijn..

Het landgoed Vaart en Duin

Landhuis Vaart en Duin
Het oude landhuis VAART EN DUIN in 1840. Aangekocht door de Weduwe Borski in 1838 en later vererfd naar haar dochter Anna Borski. Die laat haar neef Cornelis (Kees) van der Vliet, die opgroeide op Elswoutshoek, hier wonen samen met zijn vrouw Anna (Jkvr. Goll van Franckenstein) en hun twee kinderen Gerard en Bertha. Het landgoed had een markante ligging aan de Korte Zijlweg. Het huis stond direct ten noord-westen van de toen nog houten Hospesbrug over de Brouwersvaart. Het landgoed omvatte ook percelen aan oostkant van de Korte Zijlweg. Daar liet zoon Gerard later een stalgebouw met koetsierswoning bouwen, naast de gebouwen van de RK kerk. In 1879 erven Kees van der Vliet en zijn vrouw zowel Vaart en Duin als de hofstede Duinzigt van het aanpalende landgoed aan de noordkant van Vaart en Duin. Na zijn huwelijk gaat zoon Gerard daar wonen en laat het oude landhuis Duinzigt afbreken om het nieuwe landhuis Vaart en Duin te laten bouwen. Kees en Anna blijven op het "oude" Vaart en Duin wonen. Kees overlijdt in 1894 en Anna tien jaar later. Het oude landhuis is vanaf 1904 waarschijnlijk niet meer bewoond en later afgebroken.

Het landgoed Duinlust

Landhuis Duinlust
Het landgoed DUINLUST is aangekocht door de Weduwe Borski in 1827, en het zal 130 jaar in de familie blijven. Het landgoed ligt naast het landgoed Elswout, tegenover de Duinlustweg, die op oude 19de eeuwse kaarten als Dodeweg terug te vinden is. Een kleindochter van de Weduwe, Anna Borski, ging hier in de zomer steeds vaker met haar gezin wonen. Het oude meer bescheiden witte landhuis van Duinlust strookte naarmate de tijd vorderde steeds minder met de ambities van zijn bewoners. Er moest iets beters tot stand gebracht worden, en zo geschiedde. Het oude huis met bijgebouwen werd afgebroken ("geamoveerd"). De Amsterdamse architect Muysken ontwierp een paleisachtig nieuw landhuis in neo-renaissance stijl, dat in 1883 werd opgeleverd (zie foto). Na het overlijden van haar echtgenoot, David van der Vliet, bleef Anna op Duinlust wonen. Zij overlijdt in 1912, 82 jaar oud, de laatste van het geslacht Borski. Ze wordt aanvankelijk bijgezet in de familiegrafkelder in Overveen. De lijkkoets is beladen met 19 kransen, 80 mannen en vrouwen personeel volgden te voet en daarachter kwamen nog 11 volgkoetsen. Langs de gehele route stonden belangstellenden. In 1948 verhuren de erfgenamen Van der Vliet-Borski het landhuis aan de Staat der Nederlanden en in 1957 koopt de Staat het gebouw. Na het vertrek van CIOS in 2000 zet de Staat het weer in de verkoop en sindsdien is het een speelbal van speculanten en projectontwikkelaars.

De mislukte landbouwassociatie Middenduin

Middenduin dankt zijn naam aan het gehuchtje Middenduin, dat bestond van 1722 tot 1807. Dit dorpje lag in het gebied waar nu nog de duinboerderij aan de Zeeweg te vinden is. In vroeger tijden was het Middenduin onderdeel van het ‘Zwarte Veld’, een gebied vanaf de huidige Zijlweg in Haarlem tot aan de zee. De ‘wildernis’ had toen maar één gebruiksdoel; de jacht op konijnen. Als de Spanjaarden in 1573 Haarlem belegeren en de streek plunderen, krijgt het konijn helemaal vrij spel. Dit zorgt voor grote schade aan het duin; de verstuivingen zijn zo ernstig dat het vrijwel onmogelijk is met paard en wagen naar Zandvoort te rijden. In 1722 komt het ‘Swarte Velt’ in handen van de toenmalige eigenaar van Elswout en verandert een aantal keer van eigenaar. Aan het eind van de 18e eeuw lukt het om de konijnenstand onder controle te krijgen, niet in de laatste plaats dankzij de Franse troepen die hier waren gelegerd en het konijn op hun menu hadden staan.
In de Franse tijd (1795) werd de landbouwassociatie Middenduin opgericht met het doel om de ‘onontgonnen schatten’ (sic) van het duin te ontginnen. Ondanks de pogingen met akkerbouw, werden de zandige bodem en de nog steeds overvloedige konijnen een probleem. De schapenteelt was wel succesvoller: rond 1800 werden circa honderd lammeren geteld. Overdag graasden de schapen in het duin, ’s nachts stonden ze in een potstal voor mestproductie. Hoewel de zandgrond niet ideaal was voor intensieve landbouw, vooral vanwege het stuifzand en de vele konijnen, werd er toch zoveel mogelijk slim gebruik van gemaakt. Op de hoger gelegen zandgronden rond Middenduin werden vooral droogtebestendige gewassen geteeld: rogge, haver, aardappelen en groenvoedergewassen. Veel van het gebied werd gebruikt als weidegrond voor schapen en rundvee, omdat zoals al beschreven, intensieve akkerbouw lastig was en de mest ook nodig was om de schrale duingrond vruchbaarder te maken.
De boerderij Middenduin in 1800
Boerderij Middenduin omstreeks 1800
Echter, de onderneming (de landbouwassociatie) mislukte snel: al in 1807 beëindigde men de activiteiten. Het oorspronkelijke voornemen tot het ontginnen van 525 hectare duingrond was blijven steken in 25 hectare werkelijk in cultuur gebrachte grond. Op 12 november 1807 kocht Willem Philip Barnaart, kolonel van de Haarlemse Burgerwacht, de boerderij met opstallen voor f 10.200,-. Ter vergelijking: Op 30 september 1989 werd diezelfde boerenwoning aangeboden voor f 1. 100.000,- ! De latere bewoners hebben ongetwijfeld beter geboerd dan hun voorgangers! In 1810 kwamen de boerderij en omliggende gronden weer in handen van buitenplaats Elswout (de Borski’s), waarbij de boerderij Middenduin behouden bleef en later dienst deed als woning. In 1885 werd het gebouw opgedeeld in drie (huur)woningen, en in 1935 weer samengevoegd tot één.
De boerderij Middenduin begin 20ste eeuw
De boerderij Middenduin begin 20ste eeuw

home

Last Revised: December 2025
Wil van Roode